Vrije hoogte voor een padelbaan
Het eerste wat je controleert, nog vóór de vierkante meters: een hal die de vrije hoogte niet haalt, is ongeschikt voor padel, hoe groot hij ook is.
Wat de regels vragen, en wie wat zegt
In Nederland zijn de eisen voor padelbanen vastgelegd door de KNLTB, in twee documenten van juli 2026:
- Accommodatiebepalingen Padel (KNLTB): binnen moet de vrije hoogte over het hele speelveld, inclusief veiligheidszone, minimaal 6 m zijn. Ook de lichtpunten hangen op minimaal 6 m. Voor internationale wedstrijden is minimaal 8 m nodig. De veiligheidszone naast de baan is minimaal 2 m breed, 8 m lang en 6 m hoog.
- Stappenplan aanleg padelbaan (KNLTB): voor bestaande en nieuwe aanleg, inclusief overkappingen, wordt minimaal 8 m sterk aanbevolen. De KNLTB deelt hallen in twee categorieën in.
| Categorie hal (KNLTB) | Vrije hoogte | Geschikt voor |
|---|---|---|
| A | minimaal 8 m | Alle niveaus |
| B | minimaal 6 m | Wedstrijden op nationaal clubniveau |
FIP: de internationale padelfederatie heeft per 1 januari 2026 de eis voor de ruimte naast de baan aangescherpt voor internationale FIP-toernooien: minimaal 3 m, bij voorkeur 4 m, aan beide zijden. Volgens de KNLTB blijft voor nationale competities in Nederland voorlopig de 2-meterregel gelden. Voor de vrije hoogte citeren we hier de KNLTB; een hoogte-eis van de FIP zelf hebben we niet nagelopen.
De kooi zelf: volgens het Stappenplan heeft elke kooi een inwendige vrije maat van 10 × 20 m, is hij aan de kopse kant 4 m hoog en aan de zijkant 3 m (de laatste 2 m: 4 m), met aan beide lange zijden twee openingen van 2 m breed en een doorgang van 2,20 m hoog. Buiten kan juist die 4 m botsen met de maximale bouwhoogte in het omgevingsplan: zie vergunning padelbaan.
Wat “vrij” betekent
Vrij betekent dat er niets onder die hoogte hangt: geen spanten, geen liggers, geen armaturen, geen ventilatiekanalen en geen sprinklerleidingen. De bal gaat omhoog, en het plafond telt alleen niet mee als het boven die hoogte zit.
Zo meet je het in een hal
De meest gemaakte fout is vertrouwen op de hoogte in de advertentie, die vaak de nokhoogte is. Wat telt, is het laagste punt boven de baan:
- Met spanten: van de vloer tot de onderkant van het spant, niet tot het dak.
- Met een zadeldak: de hoogte verandert van wand tot wand. Bij de goot zit je vaak onder de 6 m en in het midden erboven, dus de banen kunnen alleen in de middenstrook waar het wel lukt.
- Met installaties eronder: het laagste ding bepaalt de maat (een armatuur, een kanaal), ook als de constructie hoger zit.
Met een laserafstandsmeter vanaf de vloer, op een paar plekken in de hal, weet je snel of het de moeite waard is om door te gaan. Laat het vóór je tekent controleren door de adviseur die het ontwerp maakt. De KNLTB raadt bij een bestaande vloer ook een vlakheidskeuring sterk aan.
Als de hal niet hoog genoeg is
Haalt een deel van de hal 6 m en een ander deel niet, dan kun je de banen alleen in het geldige deel zetten en de rest gebruiken voor receptie, kleedkamers of horeca, die die hoogte niet nodig hebben. De planner doet precies dat: bij een zadeldak, lessenaarsdak of gebogen dak vul je de goot- en de nokhoogte in, en hij plaatst de banen alleen waar de 6 m gehaald wordt. Mik je op categorie A, kijk dan of de strook waar de banen liggen ook 8 m haalt.
Het dak verhogen of de constructie aanpassen kan, maar dat is een grote ingreep die de begroting helemaal verandert. Beter om dat te weten voordat je over de huur onderhandelt.
Bronnen: KNLTB, Accommodatiebepalingen Padel (juli 2026), indoor en §2.7 Veiligheidszone; KNLTB, Stappenplan aanleg padelbaan (juli 2026), ‘Indoor’, ‘Padelkooien’ en §3.2.2.
Controleer het met je eigen hal
Voer de maten, kolommen en hoogte in en zie hoeveel banen er echt passen.
Lees verder: hoeveel padelbanen per halgrootte · kosten padelbaan aanleggen · vergunning padelbaan